Column Paul Ostendorf | Opnieuw uitvinden

Altijd fascinerend om te lezen welke nieuwe kennis wetenschappers hebben ontdekt. Als later nieuwe technieken worden uitgevonden om die kennis toe te passen, is dat minstens zo spannend. Helemaal geweldig is het als die technieken leiden tot producten in de economie. Producten die ons leven weer iets aangenamer maken. Dit is innovatie van de koude grond. Wetenschap en technologie zijn dé bron van welvaartsgroei. Toch?

Vroeger was ik zo naïef om dat te geloven. Maar door de jaren heen ben ik net iets te vaak geconfronteerd met andere manieren om de welvaart - vooral die van een onderneming - te verhogen. Als het echte innovatieproces je even in de steek laat, kom je met een ander soort ‘creativiteit’ ook een heel eind. Zo kun je sjoemelsoftware voor een auto ontwikkelen die de uitstoot van de motor verlaagt als het voertuig wordt gecontroleerd. Het was een publiek geheim dat verbruikscijfers - en dus de uitstoot - die autofabrikanten opgeven weinig correlatie vertonen met het reële brandstofverbruik. Toen een toezichthouder dat ook met cijfers aantoonde, was er een serieus probleem. Nu moeten autofabrikanten het wiel opnieuw uitvinden. Deze industrietak is geen uitzondering.

Een fabrikant van tv’s manipuleert het energieverbruik van hun toestellen. Tijdens de test is het laag en daarbuiten weer hoog. Ook met smartphones - van diezelfde fabrikant - werden we beduveld. Tijdens de benchmark werd de klokfrequentie opgeschroefd zodat er schijnbaar betere prestaties geleverd werden. Ook cijfers over de gang van zaken binnen een onderneming zijn niet te vrijwaren van creativiteit. Je kunt het zo mooi maken als je wilt als je het maar niet te opvallend doet, lijken ze te denken. Toch krijg je daar een keer problemen mee. Over methoden van belastingontwijking -  ik heb het niet over belastingontduiking, dat is sowieso illegaal - kun je een heel boek schrijven. Het bestaat omdat landen daar voordeel bij hebben. Het levert gewoon betere economische cijfers op. Triest maar zo is de praktijk. Toezichthouders hebben vooralsnog volop werk.


Hoe kan het eigenlijk dat dit soort bedrog bestaat? Het antwoord is even simpel als ontluisterend. Wij zijn cijferfetisjisten. Meten is weten. Ook al weten we niet wat de meter dacht bij het meten. Als het beeldscherm van een smart device een pixel density van 500 ppi heeft is dat 25% beter dan 400 ppi. Ook al is met het blote oog geen enkel verschil zien. Een smart device met een klokfrequentie van 1.4 GHz is beter dan 1.2 GHz. Maar zegt dat iets over de snelheid van de app? Andere factoren spelen immers ook een rol. We denken: meer is beter. Net als harder, groter en sterker. Cijfers liegen niet.


Zo zweren audiofielen bij luidsprekerkabels gemaakt van zuiver zilver. Dat zilver moet dan wel door elfjes gesmeed worden. En zoals iedereen weet willen die lieverdjes alleen ’s nachts en bij volle maan werken. Bovendien moeten die elfjes allemaal maagd zijn anders klinkt het nog voor geen meter. Dat zie je terug in de prijs. Duizenden euro’s worden neergeteld voor de ‘perfecte’ kabel. De harten van geluidsfanaten gaan er sneller van kloppen omdat die kabels bij metingen prima cijfers produceren. Een soort placebo effect zorgt er vervolgens voor dat mensen geloven dat ze het verschil ook echt kunnen horen. Een blinde test waarbij de kostbare luidsprekerkabels werden vervangen door prikkeldraad prikte door de mythe heen.


Graag zou ik hier een pleidooi houden om alleen nog maar echte innovatie na te streven. Langs het mooie pad dat begint bij wetenschap en via techniek leidt naar economie om tot slot bij welvaart te eindigen. Maar dat is net zo onnozel als de winnares van een Missverkiezing die zegt op wereldvrede te hopen. Misschien moet ik daarom mijzelf maar eens opnieuw gaan uitvinden.



Ga voor nog meer inspirerende columns, verhalen en tips uit het VNSG Magazine naar www.vnsgmagazine.nl 


Plaats reactie

Even geduld a.u.b.

Meest gelezen