Column Paul Ostendorf | Ergens ben ik anders ben ik nergens

Verandering, wie is er niet groot mee geworden? Als we verandering door de tijd beschouwen, valt direct op dat de snelheid van verandering alsmaar blijft toenemen. Fascinerend. Hoewel, ik weet niet beter of er is een limiet aan snelheid. Op een gegeven moment knapt er iets en meestal eindigt de boel dan met een hele hoop rotzooi. Zou dat ook nu het geval kunnen zijn?


Door de opkomst van internet zijn steeds meer zaken digitaal met elkaar verbonden. In 2020 zullen naar verwachting 50 miljard apparaten gekoppeld zijn. Dat is nog maar het begin. Als IoT (Internet of Things) echt op stoom komt, zal de connectiviteit explosief toenemen. De term hyperconnectivity is hier op zijn plaats. Met verregaande gevolgen voor zo’n beetje alles. Economie, sociale structuren, politiek: alles wordt anders. Of het nou om je huis, baan, auto, gezondheid, overheid of wat dan ook gaat, alles is gekoppeld met het netwerk. Daardoor ontstaat er ook steeds meer wisselwerking tussen jou, dat netwerk en de wereld om je heen. En elk onderdeel van dat netwerk produceert een onophoudelijke stroom data. Die gegevens zitten soms in je eigen cloud maar steeds vaker in de cloud van een ander; een bedrijf of een overheid. Privacy-activisten gaan uitdagende tijden tegemoet. Hackers zien het Walhalla aan de horizon gloren.


Als alles om ons heen het vermogen krijgt om continue informatie te verzamelen en daarover te communiceren, zijn we op weg naar een Smart World. Samen met steeds intelligentere software en steeds krachtigere hardware wordt die Smart World voor ons alsmaar belangrijker. Wij en onze omgeving gaan op elkaar anticiperen. We weten voortdurend wat we aan elkaar hebben en wat we van elkaar kunnen verwachten. Zo’n Smart World leert mij en mijn gewoontes kennen. Is dat gevaarlijk? Ja, maar dat hoef ik niemand te vertellen. Is dat handig? Ja en dat hoef ik ook niemand te vertellen. Maar één Smart World toepassing wil ik toch over het voetlicht brengen: een universele, mondiale, waterdichte identificatie-methode die zelfs onafhankelijk van welke overheid dan ook zou kunnen opereren. Hoe werkt dat dan?


Wij gebruiken nu een pincode (zeer onveilig), password (onveilig), vingerafdruk (iets minder onveilig) of irisscan (nog iets minder onveilig) voor authenticatie. We zijn wie we zeggen dat we zijn. De code of biometrisch kenmerk is ons bewijs. Zodra iets echt belangrijk is, stappen we over op een officieel identiteitsbewijs. Zo’n ‘bewijs’ zegt eigenlijk nog niks en geeft alleen maar aan dat overheden meer waarde toekennen aan een paspoort als het om authenticatie gaat. In mijn ogen zijn alle klassieke authenticatie-methoden ontoereikend. Laten we serieus werk maken van Cyber Security. Een perfecte authenticatie is een goed begin.


Als ik thuiskom, vraagt mijn vrouw nooit om een pincode, irisscan of een paspoort. Zij herkent mij gewoon. Ze heeft zelfs nog nooit getwijfeld. Maakt niet uit hoeveel tijd, moeite en geld je zou besteden om mij na te doen. Ze zou er niet instinken. Ik schat dat we binnen twintig jaar zover zijn dat technologie dat kunstje ook kan. Zelfs met ééneiige tweelingen. Bij twijfel kan altijd nog een extra kenmerk zoals een irisscan worden gevraagd. Dus weg met al die ouderwetse authenticatie. Ik ben ik. Het netwerk kent mij. Betalen doe ik met een knikje voor de camera bij het betaalpunt. Geen gedoe met munten, briefjes, pasjes of smart devices. Ik ben uniek. Ik ben mijn eigen identificatie. Ik loop ermee te koop. Iedereen mag me zien. Namaken is niet mogelijk. Geen rijbewijs, lidmaatschapskaart, bonuskaart, identiteitsbewijs of wat dan ook nodig. Ik word altijd feilloos herkend. Net zoals vroeger toen iedereen in een dorp elkaar kende. Maar dan anders.


 

 

Ga voor nog meer inspirerende columns, verhalen en tips uit het VNSG Magazine naar www.vnsgmagazine.nl 


Meest gelezen